wat zoek je?

maandag 19 december 2016

POËZIE / mijn stad

mijn stad ziet eruit
alsof ze recent een bombardement
over zich heen heeft gehad
een modderval van spaan- en ijzerplaten
die de leegstand van vintage-gehalte
moet voorzien, hip en al
staketsels met tl-verlichting
langsheen snelsnel opgespuwde strookjes
rood- en gifgroen geverfde asfaltwormen
waarlangs het fijn fietsen wordt genoemd
mobiele units, in de volksmond ‘barakken’
die als pop-ups voor alles en nog wat
moeten dienen, voor eeuwig en altijd
tijdelijk, goedkoop, snel en al in verval
nog voor het goed en wel overeind staat

overal greppels precies loopgraven
slechtgetrokken kabels die vooral dienen
om over te vallen, je nek te breken, uit te glijden
en in te verdwijnen, quasi toevallig
zoals tijdens elke bezetting, de soldaten
hebben we nu al, goed geregeld, zeg dat wel

repressie van het vastgoed, dat zitgoed,
dat schuiftgoed, dat smaaktgoed, dat brandtgoed
want spaanders en korte lontjes zijn dikke vriendjes
maar ze laten mekaar slechts zelden heel

apocalyptische haven waar Dubaï en Singapore
grote uitverkoop doen, silo’s ontploffen, herashekkens
kriskraskruisen, slib nucleair afval is
zwemvijvers poelen van blauwalgen
en maag- en darmontstekingen en een GAS-boete er bovenop

vijf torens koud en kil en lomp
staan over en weer te zwalpen zoals
decadente zonnebruingebakken schepenen
na de gemeenteraad in de Scheve Zaken
allemaal hetzelfde kapsel van dezelfde pot vette gel
opgeblazen kop van teveel aperitief
en digestief en eigen gerief eerst

‘this land is your land’ onderuitgehaald,
kapotgegraaid, collectief vernaaid
altijd weer verdraaid tot een
ik-heb-dat-zo-niet-bedoeld
en gij-hebt-mij-verkeerd-verstaan
mama ze zien ons niet graag!

leer dan eens fatsoenlijk Nederlands misschien?

dat die mislukte diamanten zeppelin
ineen mag storten door de eigen waanzin
en straks nog enkel uit rookpluimen
bestaan, hallo het volk zit zonder brandstof
wij hebben honger en wij hebben het koud
waar blijft dat brandhout?