wat zoek je?

zaterdag 11 maart 2017

KORT / narcissen



De ene wijk is de andere niet.


Wanneer ik 's ochtends de Provinciestraat in Borgerhout oversteek en dan onder het spoor door de Pelikaanstraat overloop om dan een uurtje in het stadspark rond de vijver te gaan wandelen in een poging mezelf wijs te maken dat ik zo toch ook mijn dagelijkse portie 'natuur en zuivere lucht' heb binnengekregen en ook wel omdat ik daar op een aangename manier van wakker word, dan vallen me steevast dezelfde dingen op.

Het verval en de grijze grauwte van beide buurten en hoe de zon daar soms toch iets schoons van kan maken. Hoe er weinig of geen groen te vinden is in de straten. Hoeveel sluikstort er ligt. 

Hoeveel hondenpoep er overal tegen de trottoirs plakt, tot op de stoep van vele huizen. Hoe er hier en daar bordjes van de stad hangen met de boodschap dat we onze kauwgom in de vuilnisbak moeten gooien en hoe iemand daar met zwarte stift heeft bijgeschreven dat dat met die hondenpoep ook wel eens mag gebeuren. Hoe aan sommige huizen een handgeschreven briefje hangt met de mededeling dat het baasje van de hond de poep zelf moet opkuisen, want dat er anders klacht bij de politie zal ingediend worden. De mondige burger.

Hoeveel camera’s er overal hangen.

Hoe dikwijls de helikopter hier boven vliegt.

Hoe er van het Kievitsplein tot aan het stadspark overal soldaten rondkuieren. Hoe er aan de andere kant van het Kievitsplein richting Borgerhout geen enkele soldaat te bespeuren valt.

Hoe om de haverklap er overal onduidelijke bordjes staan dat de auto weg moet vanwege wegenwerken, die dan nooit lijken te gebeuren, of slechts een dag van de aangegeven drie dagen.

Hoe er elke dag overal parkeerbonnen worden uitgeschreven, soms twee of drie voor dezelfde auto op dezelfde dag en ja, soms worden die parkeerbonnen om 4u ’s nachts uitgeschreven. Ook als er gewoon nergens plaats is om je auto te parkeren, omdat er overal onzichtbare wegenwerken bezig zijn en er zo al teveel auto’s voor al die smalle Borgerhoutse straten zijn, om maar te zwijgen over al de nieuwe auto’s die dan misschien wel LEZ-conform lijken, maar ook groot genoeg om als tank te kunnen fungeren moest dat al nodig zijn in de stad. Ga daar mee naar de bakker.

Hoe er in de straat waar al weken overal hondenpoep plakt op drie dagen tijd bij twee verschillende auto’s ’s nachts de zijruit werd ingeslagen.

Hoe er overal camera’s hangen. Of had ik dat al gezegd?

Hoe er overal soldaten lopen, maar niet ’s nachts en niet daar waar geen diamanten zijn.

Hoe er overal manschappen worden ingezet om parkeerboetes en afvalboetes en andere GAS-boetes uit te schrijven.

Hoe er overal soldaten zijn.

Hoe er overal camera’s hangen.
Hoe op drie dagen tijd twee zijruiten werden ingeslagen in dezelfde straat.

Hoe de straten alsmaar vuiler en vuiler worden.

Hoe ons belastinggeld niet wordt uitgegeven aan de dingen die een samenleving veiliger maken, maar aan dingen die een samenleving onveiliger maken.

In het park bloeiden vanochtend overal narcissen.

zaterdag 4 maart 2017

POËZIE / verlengstuk

lager schuiven uw vingers
langs de tampons
onder de toetsen
van mijn klarinet

de overgang
van zang naar solo
doet mij afvragen
waar die ademstoot vandaan komt
en dan zie ik kleur
en rok naast broek
en we dansten wat af
daar langs de dijk

ik ging in vraag en respons
en gij ook met mij, plots

en ik, verwonderd
keek toe hoe
mijn antwoorden zomaar
uit mijn mond
kwamen gedaverd

was mijn palaver
dadendrang van een
verlengstuk? roer dat
door de vla en ge krijgt
pas brokken

gij ziet mij niet alleen graag
gij ziet mij
en gij liet mij

en dat nog wel op
uw verjaardag
daar kunnen geen haarspeldjes
tegenop, sistah

🎵happy birthday 🎶

fade out ...

maandag 27 februari 2017

KORT / de fuut

Friday Feb 24 - 04.01u, to: Blanche B&B

Beste
Wij hadden vanaf morgen tem maandag een kamer voor twee personen gereserveerd. Helaas moet ik annuleren. Mijn vader werd vannacht opgenomen in het ziekenhuis met een zware hersenbloeding. Mijn oprechte excuses voor het ongemak.

Friday Feb 24 - 04.04u, reply to message

Sterkte

-----------------------------------------------------------------------

Al dagen beukt de wind tegen alles wat in de weg staat. Bulderdrang. Grijsgrauwe woeste lucht en af en toe een korte striemende regenvlaag. Koud is het niet, wel onaangenaam. Onrustig. Bedreigend.

In de bocht, daar waar mosselbanken bij laag tij horden zoekers met emmertjes en schepjes aantrekken, is het rustig bij dit weer. Niemand haalt het in het hoofd om nu op de dijk te gaan zitten en te staren in te verte.

Hier en daar een toefje verfomfaaid gras van tussen de dijktegels en aan de reling van de trap die nergens naartoe leidt, hangt zeewier, daar gedrapeerd om de kwade geesten te verjagen, zo lijkt het wel. Een zout gordijn met de geur van vis. De wind duwt het water in stoten vooruit, alsof er een groot beest onder de golven wild heen en weer zwemt, zijn nekharen net zichtbaar boven het wateroppervlak, voor de rest een donker ondefinieerbare massa.

Hier is het waar de bruinvissen komen eten, wanneer het seizoen daar is. Kleiner dan een dolfijn, maar toch evengoed indrukwekkend genoeg, als men enkel levende dieren in de zoo gewend is. Stil glijden ze door het water, af en toe hun gebogen rug zichtbaar, bruingrijsglanzend en je wil het iemand vertellen, maar dan is de kans groot dat je hun afscheid mist. Nog enkele rondjes en een paar meter waarvan je de richting nog kan volgen en dan verdwijnen ze weer, diep naar beneden, misschien naar links, misschien naar rechts, enkel de zwerm meeuwen die erboven vliegen geven nog een beetje een aanwijzing.

Maar niet vandaag. Het is nog te vroeg. Er zijn nog geen bruinvissen, geen naaktzwemmers, geen ochtendlijke yogazitters, geen kilometerzwemmers. Wel de occasionele hondenloper, hoofd diep weggedoken in jas en brommend van ‘morrege’.

Hoog in de lucht vliegen twee gevechtsvliegtuigen. Ze vliegen dicht naast elkaar. Onderaan elk van hen brandt een lichtje. Ze scheren samen over de Oosterschelde richting Yerseke, verdwijnen aan de horizon, hun gebrom zwaar en eerder streng van aard. Ze geven geen gevoel van veiligheid, zij niet, noch de storm.

Langs de dijk loopt een vrouw, ze draagt een gele regenjas en dikke blauwe gewatteerde laarzen. Een stripfiguurtje vooruitgeduwd door de wind. Haar sjaal wappert en trekt de aandacht van een jonge Duitse scheper die er wild naar begint te happen. De vrouw duwt de hond weg en loopt door. Ze neemt de trap naar beneden naar het strand. Het zand ligt dik en los en haar laarzen zijn er niet voor gemaakt. Meeuwen en futen en nog wat zeevogels bekijken haar terwijl ze richting water loopt. De golven kabbelen rustig nu, waardoor het gebrom van de vliegtuigen snel weer duidelijk hoorbaar wordt.

Nog steeds naast elkaar, een duo donkere doders, over het water en dan weer terug, zonder enige duidelijke reden waarom. Ze vliegen lager nu, het licht brandt feller. Het steekt af tegen de grauwe lucht en plots begint het opnieuw te regenen.

Een fuut trippelt op hoge pootjes langs de waterlijn en de blauwe laarzen kleven van het natte korrelzand. De vrouw in de gele regenjas heeft de vliegtuigen gehoord en kijkt naar omhoog. Haar linkerbeen is een beetje weggezakt in het zand, waardoor ze in een eigenaardige, scheve houding staat. De vliegtuigen maken een scherpe bocht, zij aan zij, volledig synchroon in hun bewegingen en hun zwijgzame dans der doden. Ze vliegen, recht op hun doel af nu. De motoren brullen alsmaar luider, het licht onderaan wordt langzaam groter en groter, als sterke spots ’s avonds op een voetbalveld.  De vrouw raakt verblind, ze hoort het ratelen van machinegeweren maar ziet ze niet. Het lichaampje van de fuut gaat mee aan flarden, de veren vliegen in het rond.

“Ik moet iets verzinnen dat steek houdt en dat zo’n enorme impact heeft, dat niemand nog verder vragen durft te stellen”, denkt ze. “En het mag onder geen enkel beding eender wat in gang zetten. Ik geloof dan wel niet in god, maar wat als-ie toch bestaat? Ik maak er ‘vader’ van, want die heb ik toch niet.”

Het schijnsel van de maan vindt weerkaatsing in de gele regenjas die op het strand ligt. Wat verderop steekt een blauwe gewatteerde laars rechtop in het zand. De eerste landing op de maan.

maandag 13 februari 2017

POËZIE / blij met wie ge zijt



beu
beu als kou pap
ben ik al dat hokjesgedoe
blokjes opeenstapelen
om dan een nieuw blok
weer met rechte hoeken
wat is er mis
misschien
met rond?

wees toch gewoon eens blij
als er iemand is
die ge graag moogt zien
en dat wederzijds
wees gewoon blij 
met wie ge zijt

dat de rest van de wereld
hoogdringend
energie steekt
in de eigen liefdesperikelen
zijn die niet ingewikkeld genoeg
misschien?

dat het romantisch
vonken regent
in plaats van bommen
vol venijn

vrijdag 10 februari 2017

POËZIE / #vreemdelingenwet






het begint

met zware criminelen
eerst die met een kleurtje
daarna die zonder kleurtje
maar niet de grote
belastingontduiker
fraudeur
bankier
met of zonder kleurtje
waar grof geld aan plakt
heeft geen kleurtje
tenzij dat van groen snot

dan komen zij
die de openbare orde verstoren
de radicalen
de activisten
zij die hun mond opendoen
zij die lawaai maken
eerst die met een kleurtje
(ten allen tijde houden we ons aan de rang- en pikorde)
dan die zonder kleurtje
plots maakt het niet meer uit
of je de dingen 
gewoon
hebt 
benoemd

als laatsten zij hier wel geboren
maar mama en papa niet
of papa wel maar mama niet
of oma en opa langs mama haar kant
of die langs papa zijn kant
of eentje van langs elke kant

en om daar allemaal nog aan uit te kunnen
gaan we dan symbolen ontwerpen
we gaan hip doen
we maken er badges van
want we willen geen fouten maken uiteraard
nee, zo zijn we niet
dat dat hier nu maar voor eens en altijd duidelijk is
wie welkom en wie niet
het ligt toch maar aan uzelf
of ge fouten maakt
of niet?