wat zoek je?

maandag 22 mei 2017

POËZIE / gorilla's

het lijkt een beetje
op een kleutertuin
tegen het vallen
van de avond
iedereen moe geroepen
en er is geen dessert
dat we lekker vinden
dus stampen we wat wild
om ons heen tot
alles tegen de grond ligt


('t zal u leren!)

met armen over elkaar
vallen we dan tenslotte
schor gekrijst en suf geschreeuwd
met vuilbetraande kaken
boenk in slaap
dromend van gorilla's

zondag 21 mei 2017

POËZIE / paard

wij zijn twee metalen petanqueballen
die in het kampvuur hebben gelegen
zwartgeblakerd en er komt smoor uit

soms ruikt het hier alsof er met 
een natte hond werd gedweild

soms gewoon ook heel groen 
in gestreept licht en donker

wij liepen langs een pad
de grond bedekt met zadenmist

en hier en daar een eikenblad
paard gelijk een ander

wat denkt ge van
de rest van uw leven
met mij samen zijn?

zondag 9 april 2017

POËZIE / beschaving

ergens te zijn
waar geen honden
achter ballen rennen
van bazen die graag
roepen om te kalmeren
van het dagelijkse rotlawaai
dat de hersenen zo beurs
battert dat er alleen nog maar
koude pap uit komt stromen

de mens. dat fret en schet
en pletwalst alles plat
wat recht staat en poogt
te groeien naar de zon toe
die 's ochtends heel vroeg
aan het zout van de zee komt likken
tussen meeuwen die schreeuwen
gelijk katten aan het bevallen van jong
en oesters tussen het slib en zeewier
in de zachte kleuren van de regenboog
die overal langs het strand hangt te wapperen en daar komen de meutes alweer uit hun hol gekropen, ze maaien alles vaal en kaal in schetterend fluo-oranje en kwabben vlees langs de rand

hier komt de beschaving

woensdag 5 april 2017

POËZIE / de andere kant


van de andere kant?
wij bekijken het al heel ons leven
van uw kant
en ik kan u zeggen
wij zijn daar dus niks mee
met uw kant, de rand ervan
snijdt door merg en been

hou uw kant maar voor uw eigen
blijf daar maar wat staan trappelen
mijn part, wij gaan wij wel
verder met onze kant
daar is geen rand, alleen breekbaarheid
durft ge mee aan diggelen gaan?

zaterdag 1 april 2017

POËZIE / plastron



ja 't is waar, mijn klein kopje
kan al uw grote belangrijkheid
niet vatten, dus leg mij nog eens
uit hoe het alweer zit, maar niet te rap
alstublieft want ik moet dat allemaal
zien te verwerken, ik draag geen plastron

het is daarmee dat al wat er uit mijn mond komt
best onderbroken wordt en wel onmiddellijk
want stel u voor dat mijn argumenten
toch meer steek blijken te houden
dan die van u, dan zit ge daar
met uw plastron tussen uw benen
en da’s toch echt geen zicht