wat zoek je?

dinsdag 2 oktober 2018

POËZIE / Landen

herfstig, tijd voor wat Tom Waits, denkt ge
beenmachine tonketonk, in Landen klonk
metaal van wacht, van leer, terug van weermacht
stonden mannen in de nacht tegenmuur
tegenzicht, goed gericht, geen woord dicht
rug aan rug, met scherp schrijnt de lens
stemt op mij stemt op mij stemt op mij en zwijgt


konijn met pruimen pruttelt langs het vlaams behang
de bel tingeltangelt, doe uw deurke open, wij zijn van
hierboven, nee laat maar liggen, komt gij maar mee
allez tournez tournedos bien saignant patat bien chaud

hell breaks luce, en het licht gaat uit, wij zetten
u het land uit, chain gang, vaste klant aan de rand
van ’t gevang, maakt ze bang, dat komt ervan
en links rechts ein zwei drei, spuit nog wat venijn
voor een vrij woord doorboort ge ragfijn uw fatsoen
en stemt op mij stemt op mij stemt op mij ik stamp op u

#deverlichtebeschaving

dinsdag 25 september 2018

POËZIE / stilte

voor mijn kerstmis wil ik graag
een uur absolute stilte

overal

zonder cadeaupapier
want dat maakt teveel lawaai

donderdag 6 september 2018

POËZIE / framing

framing / da was ik ni
met de confituur
over heel uw tronie
uitgesmeerd

dinsdag 28 augustus 2018

KORT / luzernescheuten

Hoe mijn luzernescheuten half geplastificeerd geraakten …

Ik moest naar Delhaize voor avondeten en nog wat voor de komende dagen.
Dat doe ik bij die op de Plantijn- en Moretuslei. Daar aangekomen zie ik twee agenten een man ondervragen, de walkietalkie in de hand, in het deurgat van de supermarkt, goed zichtbaar voor elke klant die daar binnen- en buitengaat. De man in kwestie speelt daar op gezette tijd viool, een begenadigd muzikant, ik gaf hem vorige week nog wat kleingeld omdat ik hem echt goed vond. De agenten zeggen hem met zijn handen tegen de muur te gaan staan en zijn benen te spreiden, ze checken zijn broekzakken en halen zijn telefoon eruit. Het lijkt wel een spannende crimi, zoveel vertoon, seffes springt Derrick uit een of ander hoekje tevoorschijn. Ik passeer hen en vraag aan de muzikant ‘ça va?’. De man kijkt naar mij en haalt gelaten zijn schouders op.

Een van de agenten draait zich om na mijn vraag en grijpt mijn arm vast.

- Mevrouw, er valt hier niks te zoeken, wandelt u maar gewoon door.
- Meneer, u hoeft mij niet te duwen, laat mijn arm los alstublieft.
- Mevrouw, als u niet doorloopt, dan zullen we u ook moeten meenemen.
- Op basis waarvan gaat u dat dan wel doen misschien?
- Op basis van belemmering.
- Welke belemmering? Ik passeer hier, want ik moet naar binnen en u belemmert de ingang met uw machtsvertoon.
- We kunnen dat moeilijk ergens anders doen en u houdt mij van mijn werk.
- U hoeft zich helemaal niet met mij bezig te houden, dan kiest u zelf. Ik heb niks aan u gevraagd, maar aan die muzikant, die ik ken.

De tweede agent zegt van ‘kom, we zijn hier weg’, waarop de eerste eindelijk mijn arm loslaat. Ze nemen de muzikant tussen zich in en lopen ermee weg naar hun politiewagen.
Ik storm Delhaize binnen waar twee kassiersters verbouwereerd staan te kijken. Ik loop op hen af en vraag luid of het iemand van Delhaize was die de politie heeft gebeld, want als dat het geval is, dan ga ik ergens anders boodschappen doen. De ene kassierster antwoordt ‘geen idee, we zien het net, ik ga de gérant even roepen’.

- Dag mevrouw, wat is er aan de hand?
- Er hebben hier net twee flikken een straatmuzikant gearresteerd en een ervan stond ook een van uw klanten af te dreigen, namelijk ik.
- Ah, gelukkig, die man staat hier altijd.
- Al een geluk dat die man hier altijd staat en streepje muziek maakt, dat ik hier wat beter gezind binnenstap, want boodschappen doen is niet bepaald de activiteit die mijn dag goed maakt. Als u klanten wil die tevreden en goedgemutst hun geld hier komen uitgeven, laat dan die mensen onze dag kleuren. Trouwens, die muzikant komt hier zelf boodschappen doen, dus hem wegjagen is slecht voor uw zaak.

De kassierster valt me bij, ‘ja, die man doet niks verkeerd’.

- Ah, ik dacht dat u het over een andere man had. Maar als supermarkt kunnen we daar niks aan doen hé.
- Jawel, u kan die agenten aanspreken. En u kan vooral geen agenten bellen als er een straatmuzikant staat te spelen.
- Ja maar doen we niet hoor.

Ik stap de winkel binnen, doe mijn inkopen en schuif aan aan de kassa. Dezelfde twee kassiersters zien mij en komen nog eens bevestigen dat het echt niemand van de supermarkt zelf was die de agenten heeft gebeld, maar dat een van de twee agenten wel regelmatig zelf boodschappen komt doen en dan heel erg arrogant is.

Geheel niet terzake, er staat een vrouw achter mij aan te schuiven met een kar. Ik vraag haar even op te schuiven zodat ik mijn winkelmandje op zijn plaats kan zetten zonder haar omver te moeten duwen. Ze rolt met haar ogen en slaakt een diepe zucht.

- Dat mandje kan je daar ook wel zo zetten, daar hoef ik niet voor achteruit te gaan.
- U hebt gelijk, ik kan dat mandje ook gewoon in uw winkelkar placeren, of op uw hoofd.

Ik bedenk me dat de komende maanden nog plezant gaan worden, als iedereen nu al zo scherp staat, ikzelf incluis.

Ik fiets naar huis, zet mijn boodschappentas in de keuken, ga de woonkamer in en begin daar het relaas tegen mijn lief te vertellen. Die trekt na een halve minuut zijn neus op en vraagt ‘wat ruikt er hier verbrand?’

Het blijkt mijn duurzame winkeltas van ongebleekt katoen te zijn, die ik nog vol boodschappen op het gasfornuis had gezet, waarvan de ene pit nog bleek te branden nadat ik een paar uren daarvoor een omelet voor ontbijt had gebakken. Heel mijn tas in de fik.

En zo verbrandden mijn gel-based voetzooltjes en mijn plastieken bakje luzernescheuten dus. Tja.

Maar wat me écht woest maakt, is dat die muzikant nu op het politiebureau zit en misschien zwaar in de problemen zit. En of dat nu komt omdat hij niet de juiste papieren heeft, of helemaal geen papieren, dat doet er niet toe. Laat die man eens gewoon met rust en ga staatssecretarissen oppakken die te pas en te onpas hun wettelijk boekje te buiten gaan, daarmee de ganse samenleving ontwrichten en daar ongestraft keer op keer mee weg geraken. Pak mensen aan die andere mensen op basis van hun huidskleur uitschelden, toegang weigeren, werk ontzeggen, bedreigen, lastigvallen, in elkaar slaan, aanrijden, doodrijden, op de sporen duwen.

Racisme is een misdaad. Muziekspelen is dat niet.

#deverlichtebeschaving

zaterdag 11 augustus 2018

POËZIE / Evripidou

slapen in Evripidou
dat zijn kruiden
potten & pannen
bezemstelen
emmers & dweilen
de geur van mottenballen
terwijl ge indommelt &
weer wakker wordt
met water aan uw bed
met uw voeten in uw nek
met uw matras haast
in de lavabo en/of
in de klerenkast
met het geraas van
Spiro "ga eens uit de weg seg!"
auto's taxi's brommers

in Athene

donderdag 9 augustus 2018

POËZIE / de wind

een kind op hete kolen plukt
de meltémi aan mijn hemd
aan mijn jurk bol ben ik, ballon

beurs beukt op mijn armen
op mijn buik van ja nee ja nee
komaan allez het gaat beginnen
kom nu mee komaan komaan

wij zijn op speed en heel erg needy
worden wimpels al op voorhand
afgerukt van palen, feest voor zotten

vooraleer het feest begint, witte koppen
capputzino melkschuim op de grote zee
dzazzz mijn kind het is de wind dzimmi
dzazzz dzimmi dzazzz dzazzz dzazzz

grove handen trekken golven
zand dat schuurt uw ogen uit
van glas gelijk een glazen bol

bonkebonke doen de zeilen
haal ze in haal ze neer uw romp
deint op diepe bassen toempe
toempe technotronisch weer / pump it

pump it tot uw hoofd een hoop
losgeslagen legoblokken boordevol
rammelend in een plastieken
tuperwaredoos

pas op een zandroos wa ter hoos
any way the wind blows
me goes me flows me too

en
rust
nu
maar
eventjes

stil

#deverlichtebeschaving

woensdag 8 augustus 2018

KORT / Thessaloniki

Ze heet Flora en komt uit Roemenië. Ze woont ergens in de bergen boven Thessaloniki en tijdens de zomermaanden werkt ze hier op het eiland. Ze dweilt de vloeren, brengt verse lakens en handdoeken, dekt de bedden en maakt de vuilnisbakjes leeg. Ze vult de zeep en de shampoo aan. Ze wast en plast en staat elke ochtend om half zes op. Ze neemt geen pauzes en heeft geen vrije dagen.

Het is mooi waar ze woont, zegt ze. Hoge bergen. Ze draagt daar dieren op haar rug. Met hun poten op haar schouders. Ik kijk haar verbaasd aan en zeg dat ik het niet helemaal begrijp. Ja dieren, knikt ze. En ze doet alsof ze iets op haar rug draagt. Ik wijs naar mijn rugzak. Bedoelt ze dat? Nee, zegt ze. Dieren. Want het is koud in de winter. Een jas, probeer ik. Ja een jas, lacht ze. Een bontjas.

Grieks praten is veel leuker dan Engels.

#deverlichtebeschaving