wat zoek je?

zondag 17 juni 2018

POËZIE / klei

compleet verwilderen
komende maanden
dat is het plan

lap uw normgefret
uw waardengebazel
aan mijn laars
waarmee ik door klei
en kei en geitenkeutel
ga baggeren
op zoek naar rust
liefde en verzet
naar tijm
naar salie


uitgebloeide
uitgestoeide
ietwat vermoeide
maar voldane bloemenwei
bovenop gezoute rotsen

mijn benen bloot
mijn ziel ontbloot
mijn kop in blauw
water, zwarte grot
van god en pierke
verlaten, zeemeermin
en zon en ’s avonds

absolute verwondering

#deverlichtebeschaving

dinsdag 12 juni 2018

KORT / examens in de containerklas

Gisteren en vandaag hadden we examen in de klas. Officieel heet dat ‘evaluatie’, zoals de containerklas officieel ‘mobiele unit’ of nog beter ‘paviljoenklas’ heet, maar soit. Examens dus. In de containerklas.

Gisteren hadden we schriftelijk. Lezen, luisteren en schrijven. De stress hangt als een dikke laag boven de tafels te zweven als ik binnen stap, waardoor ik alweer zin krijg om rechtsomkeert te maken, want ik weet dat het voor niemand leuk gaat worden. Het is ook helemaal niet leuk om verplicht iets in je kop te rammen tegen een tempo waar je niet zelf voor gekozen hebt. Al helemaal niet als je hoogzwanger bent, en zo zijn er zeven.

Luisteren gaat voor iedereen nog behoorlijk vlot, maar bij het onderdeel lezen zijn de instructies ietwat onduidelijk, waardoor er paniek bij sommigen ontstaat en voor ik het weet, is iedereen ervan overtuigd dat ze geen enkel woord begrijpen, dat ze het nooit gaan kunnen en dat ze niet zullen slagen. Ik probeer de boel nog wat te redden, maar ben uiteindelijk verplicht om even heel streng te zijn, zodat iedereen kalmeert, want ik zie een train wreck van jewelste ontstaan en dat komt niet goed. Het resultaat is dat iedereen met een punthoofd helemaal uitgeput alles komt afgeven tegen het einde van de les en ik kan aan de gezichten zien dat ze er niet goed van gaan kunnen slapen. Het was nochtans niet zo heel moeilijk en de resultaten blijken lang niet slecht.

Vandaag hadden we mondeling. Spreken dus. Ik heb een nepgouden horloge gekregen, een canvas met twee kaarsen op geschilderd waarin je met batterijen ook nog led-lichtjes op kan branden zodat het lijkt alsof je een canvas aan de muur hebt hangen die wel brandt maar niet in brand vliegt. Verder vertelde iemand me dat zowat iedereen in de familie gestorven is, een ander dat haar hart pijn doet en ook kreeg ik een foto onder de neus geduwd van een bebloede foetus, een onlangs gebeurde miskraam.

Ik stelde vragen zoals ‘wat heb je gisteren gedaan?’, ik speelde huisbaas en zij moesten me bellen over een advertentie waar niet genoeg informatie in stond en ook vroeg ik ze waar ik de spiegel moest hangen, de tandenborstel moest leggen en de handdoeken. Ik heb ze ook gevraagd of ze afgelopen nacht goed geslapen hadden, en ze antwoordden meestal van niet. Dat ging dan gepaard met een glimlachje, want we zien elkaar allemaal heel graag en we vinden allemaal deze periode niet fijn.

Examens, dat moesten ze echt keihard afschaffen.
#deverlichtebeschaving

vrijdag 8 juni 2018

KORT / god

De vijver in het Antwerpse stadspark is een gazon geworden. Geen druppel water meer te vinden. De zwanen en hun jongen zijn verdwenen, de reiger lang gevlogen, de rode goudvissen dood en er waggelen beduusde eendenkoppeltjes daar waar ze vroeger konden zwemmen.

Geen nesten dit jaar waar binnenkort gele pluis uit komt huppelen. Geen waterkipjes op dunne pootjes.  Geen waterlibelles. Enkel ratten met lange, dunne staarten. En een afgezette haan die niet meer weet dat hij niet hoeft te zwemmen.

Moet Ben Weyts niet dringend een klacht indienen voor dierenmishandeling? Of is Koning Beton de nieuwe god en god mag alles?

#deverlichtebeschaving

vrijdag 25 mei 2018

POËZIE / uzelf

verbeter de wereld
begin bij uzelf
want er is nog
werk aan de winkel
uzelf verrijken
met de kracht
van een ander
is
geen verandering
tenzij van uzelf

zondag 20 mei 2018

POËZIE / zonder tanden

als blijk van liefde
melk bij de koffie
water bij de wijn

vandaag iets
vet vlammetjes
opvliegers hoogvliegers
hoogmoed en dan
keihard vallen
de sterren een voor een
van hun sokkel

een en al firmament
voor de prijs van vervallen
vlaggen die niemand wil

kijk mama zonder tanden
die leeuw van ons
pakt alles af en gaat  dan
wat liggen hijgen want de
lucht is op, wat nu?

dinsdag 8 mei 2018

POËZIE / migraine

de pijn van een vijfjarige
met rimpels, knarsrode lijn
tussen twee wenkbrauwen

migraine van zoveel miserie
nooit aflatende verontwaardiging
indigné, maar wat doe je daar
dan mee?


ge kruipt in uw hol
veilig en cosy, vol
van vertrouwen en
wachten op revolutie

met al uw technologie
al uw gevlieg naar de maan
weet ge nog altijd niet wat doen
met de horror van hormonen

half de wereldbevolking
maandelijks in verzet
alsof die energie
voor niks beters

gij daar met uw knoppen
diagrammen en vuil pollen
hebt ge al een app klaar
voor wat empathie?

vrijdag 27 april 2018

KORT / waar een Willetje is


Er was eens … een meisje en dat meisje heette Willetje. Willetje woonde met haar moeder en grootmoeder in een klein huisje. Dat huisje hadden ze samen gemaakt van houten planken, vele kleuren verf en een glazen koepel zodat je overdag de zon kon zien en ’s nachts alle sterren. Voor de ramen hingen gehaakte gordijnen en voor elke deur lag een mat waarop ‘hopla!’  stond geschreven.
Het was een gezellig huisje. Het was niet gemakkelijk geweest om het te maken, maar Willetje wist dat je alles kon doen en maken, als je het écht wilde. Wat je nodig hebt is een eigen kamertje en genoeg tijd om daar rustig in na te denken, en de juiste informatie. Soms moet je wat uitleg vragen aan iemand die het al wat beter kan. Maar waar een willetje is, is een weg en laat niemand je iets anders wijsmaken. 

Dat is ook wat grootmoeder ’s nachts in het oor van Willetje kwam fluisteren terwijl deze diep lag te slapen en droomde hoe ze kon vliegen. De grootmoeder van Willetje was eigenlijk een fee. Ze was fantastisch. Ze kon kromme nagels weer recht toveren en splinters uit handen laten verdwijnen. Kortsluitingen liet ze flikkeren tot de kortsluitingen het beu werden en zichzelf repareerden  en ’s nachts danste ze tot in de vroege uurtjes met zware kleerkasten en houten tafels , tot die eindelijk allemaal op de perfecte plaats stonden. ‘Waar een willetje is, is een weg’, fluisterde ze dus in Willetjes oor en met die wijsheid bracht Willetje haar dagen door in het kleine zelfgemaakte huisje langs de kant van de Grote Weg in een land ver weg van hier, over de zeven bergen en de zeven fietspaden. 

Op een dag liep Willetje langs de waterkant, niet ver van het houten huisje. Ze was een beetje moe, dus ging ze even zitten in het gras. Ze legde haar tasje met hamer, zaag, schoolschrift, en een hele dikke koek naast zich neer en tuurde wat in het water. Ze kon zichzelf zien en ze lachte naar het meisje in het water. Het meisje in het water lachte terug. Ze stak haar tong uit naar het meisje in het water. Het meisje in het water stak ook haar tong uit. Ze keek boos naar het meisje in het water en plots begon het meisje in het water heel hard te huilen. Willetje schrok. Ze had geen zakdoek bij en de snottebellen kwamen in lange slierten uit haar neus druipen. Het meisje in het water keek even verbaasd en begon toen te lachen. Willetje moest ook lachen. Ze was blij. Ze had een zusje, gevonden die vieze snottebellen grappig vond. Dat vond ze wel leuk.

Willetje ging nu elke dag even langs de waterkant wandelen. Soms voor school, soms erna. Dan zat ze even neer, liet haar voeten boven het water bungelen en ze babbelde wat met het meisje in het water. Ze lachten samen, ze lieten elkaar zien hoe ver ze hun tong konden uitsteken en hoe ze een grote appel in een keer helemaal in hun mond konden proppen. Soms waren ze ook boos. Dan gromden ze een beetje naar elkaar en wenkbrauwen gingen om ter hoogste de lucht in. Gelukkig waren ze nooit erg lang boos, dat zou ook maar vermoeiend zijn.

En paar weken na de eerste kennismaking gingen voorbij en het was nu zomer. Willetje rende op blote voeten door het droge gras en plofte neer aan de kant van het water. Het was warm en ze begon met haar grote teen in het water te roeren. Het meisje in het water deed hetzelfde en grote kringen begonnen zich te vormen. De kringen werden zo groot dat Willetje het meisje in het water haast niet meer kon zien, dat vond ze wel spannend. Wanneer de laatste grote kring eindelijk verdwenen was, zocht ze het meisje opnieuw, maar dat was verdwenen. Waar was het meisje naartoe? Willetje boog zich verder voorover en schrok zich haast een hoedje. Vanuit het water keek een jongetje haar aan. Het jongetje lachte. Ze lachte aarzelend terug. Het jongetje likte zijn neus met het puntje van zijn tong. Willetje deed hetzelfde. Het jongetje keek verschrikkelijk scheel en Willetje deed hetzelfde tot ze zo hard moest lachen dat ze bijna in het water viel. ‘Ik heb een broertje!’, dacht Willetje. ‘Ik heb altijd al een broertje gewild en nu heb ik er eentje’.

Ze wandelde blij naar haar houten huisje, waar haar moeder druk bezig was boven in de boom, terwijl grootmoeder beneden aanwijzingen stond te geven. Ze waren een boomhut aan het bouwen voor Willetje, die bijna jarig was.