wat zoek je?

vrijdag 13 september 2019

POËZIE / brandnetels

Wij zijn de aangelanden, de aangebranden, de twijfelaars.
De leugenaars, de liefdevollen, de kunstenaars, de zotten.

Wij hebben hopen wasgoed nodig om onze hersenen leeg te maken, stengels en stengels en stengels hoge brandnetel in bloei, klaar om zaad tot in het oneindige te verspreiden en dat vouwen we, en dat trekken we, met huid en haar, met wortel en al, met enorme zandbrokken uit de grond, sap dat tegen je gezicht spat en een secondelang vraag je je af of je huid nu zal opblazen tot grote bellen die dan uit elkaar spatten en afgrijselijke littekens voor altijd zullen achterlaten.

Het zand onder de oude betonnen muur brokkelt af en de kikkers zetten het op een lopen en miljoenen muggen beginnen nijdig te zoemen.

De zon brandt op je huid, op je rug, op je schouders en je voelt grote druppels zweet langs je benen naar beneden glijden, je kleren zijn kletsnat ondertussen en toch trek je verder, nog een rij, nog een rij, tot aan de rode stok die aangeeft dat hier een zwarte buis met rattenvergif ligt en jawel, daar is de buis, maar dat kan je niet stoppen, weg met de brandnetels, weg met de oorlog, weg met de armen, weg met miserie, weg met alles, je gezicht in brand, je hart verpand, je haar in de fik. Topanga!

POËZIE / schoen

los van zand in uw schoenen
meegenomen van een strand
dat los van brand in uw brein
vol van dwalen op sandalen

en verlangen naar dat strand
waar gedachten tussen korrels
parelen van de kant naar de rand
van de zee van kolk en van golven
los van haar uw haar los
op losse schroeven zo zwaar
losgeslagen los verlaten
een schoen hier
eentje daar

woensdag 4 september 2019

POËZIE / zonnebloem

monsterzonnebloem van drie meter
geboren uit een gratis zaadje
wekenlang in een pot op de tafel
het heelal is ook zo geboren
zegt mijn vriendin, dan is zij het heelal
en straks zijn de kinderen groot
en ze komen van overal

ik loop de trap op
brieven in mijn brein
aan de bovenste trede
glijden de woorden terug naar beneden
ge moet uw gave delen
zegt mijn vriendin, dan is zij de gave
en straks zijn de woorden groot
en ze komen van overal

ze buigen zich over woorden
hun mond een elastiekje
dat trekt en krimpt en verkrampt
in soms onmogelijke vormen
ge moet uw talen spreken
zegt mijn vriendin, dan is zij die talen
en straks zijn talen overal
en dan gaat de achterlijkheid dood
(voor R.)

vrijdag 30 augustus 2019

POËZIE / hond

ik herinner mij
veel haar en grote hond
en als een verloren hondje
werd ik binnengehaald
van eten en drank voorzien
en vooral van een luisterend oor
zonder dat er vragen werden gesteld
en al die tijd verstopt in de chalet
had ik geen idee wie jij was
toen, die eerste keer
maar wel dat jij er even was
voor mij
en hoe mij dat toen geholpen heeft

(voor BvB)

woensdag 28 augustus 2019

POËZIE / lift

aan een houten tafel zitten
zomaar ergens in de zon
zonder doel behalve het doden
van de tijd en gedachten
die te maken hebben
met dagelijks leven

dralend om weer op te staan
naar de deur te gaan
met ogen wijdopen
in de liftschacht te stappen
waar de lift
anderhalve verdieping hoger
zo vast als een huis hangt

#deverlichtebeschaving

zaterdag 24 augustus 2019

POËZIE / gebit

u afvragen hoe dat gaat dan
oud worden, hele dagen met uzelf
bezig zijn en met al uw pillen

iedereen die vraagt ça va?
en natuurlijk niet, want alles doet zeer
maar daar niet over blijven zagen
de mensen worden dat algauw beu

door uw raam staren
naar uw boterham met kaas
af en toe een stuk vlees ook
maar tegenwoordig wordt daar
nogal eens lelijk over gedaan

's avonds is er tv
soms gaat die al eerder aan
want uw ogen vallen toe
tegen dat de rest van de wereld
een stapje gaat zetten
gij vroeger ook
maar da's lang geleden
ge maakte uw kleren zelf
dat noemen ze vintage nu

dan krijgt de tv 't schuifke
schuifelen naar bed
uw glas met uw gebit
borrelt gasbellen
dromen over vroeger
vroeger lijkt veel op nu

zondag 18 augustus 2019

POËZIE / duh

zeg en waar zijt gij
deze zomer geweest?
ik helemaal nergens
ik was heel de tijd hier
in mijn hoofd

ik heb daar veel
in rondgereisd
ik reisde nogal wat af
ik nam de trein
en ik zat in zo'n
ouderwets coupéding

Ik liet ook mijn hart
op de grond vallen
heel hard en het bloedde
als een rund

en nu ben ik weer terug
van absoluut nergens
ik heb niks gezien
ik heb niks beleefd
ik heb wel degelijk terdege
vakantie genomen

ik heb veel geleerd
over grenzen en mensen
die van mij
en die van een ander
en nu ben ik er klaar voor
ge moogt met mij mee
als ge denkt dat gij dat aankunt

want ik ga niet meer opzij gaan
niet meer wachten op wat zon
eerst teveel en dan nul komma nul
die zon die maak ik zelf wel
al was het van een stuk karton
liever vlechtjes dan plastrons
duh
(voor Anuna en Greta en Billie en ...)